Za 12: De rubberboot

“Er lag een rubberboot in de haven, en die is nu verdwenen.”

Dit is de inleiding van een gesprek dat ik meekreeg terwijl ik mijn hond uitliet. Twee buurvrouwen stonden in de deuropening te kletsen, waarbij de één aan de ander vroeg of ze meer wist over de verdwijning van het transportmiddel. Beide huizen hebben zicht op de haven, en terwijl ze over de gebeurtenis vertelt wijst ze naar een lege plek in het water. De andere vrouw schudt haar hoofd.

Ik loop naar de haven en denk na over dit mysterie. Zou de waterpolitie hier iets mee te maken kunnen hebben, omdat hij daar niet mocht liggen? Of hebben kwajongens het bootje gekaapt? Verschillende mogelijkheden, die me toch sterk lijken in een dorpje waar iedereen elkaar kent, en in de gaten houdt. In zo’n kleine gemeenschap is het vreemd dat hij als sneeuw voor de zon is verdwenen.

Inmiddels ben ik aangekomen bij het sluisje waar ik kan uitkijken over het Haringvliet. In de verte zie ik een rubberboot wegvaren. Het watervoertuig vaart richting de Noordzee, op weg naar Engeland, bemand door een lamp met een kapotte kap.